Gezinshereniging

Vluchtelingen die in Nederland mogen blijven hebben recht op gezinshereniging. Dat is altijd het uitgangspunt geweest van het Nederlands asielbeleid. Zij hebben immers geen mogelijkheid om in eigen land, het land waar zij vandaan zijn gevlucht, een gezinsleven uit te oefenen. Daarom hoeven vluchtelingen in eerste instantie niet, zoals andere vreemdelingen, aan de inkomenseis (een in principe vaste baan met inkomen op minimaal bijstandsniveau) te voldoen om hiervoor in aanmerking te komen.

Zodra een vluchteling een verblijfsvergunning heeft gekregen, heeft hij drie maanden de tijd om een aanvraag voor gezinshereniging in te dienen. Dat lijkt ruim voldoende, maar soms blijkt het niet mogelijk dit op korte termijn te regelen. Bijvoorbeeld omdat familieleden vermist worden. Na die periode van drie maanden moeten vluchtelingen wel aan een inkomenseis voldoen. Zij moeten daarmee aantonen dat ze voldoende verdienen om de familieleden te onderhouden.

Medewerkers van VluchtelingenWerk helpen vluchtelingen bij hun aanvraag voor gezinshereniging. Om toestemming te krijgen voor gezinshereniging moet het gezin een moeilijke en langdurige procedure doorlopen. VluchtelingenWerk geeft daarbij ondersteuning en probeert zonodig financiering te vinden voor de reis.

De overheid gelooft niet altijd dat de aanvraag daadwerkelijk familieleden betreft. DNA-onderzoek moet dan uitsluitsel geven. Gezinsherenigingsprocedures van vluchtelingen duren daardoor vaak erg lang. Al die tijd verblijven de gezinsleden vaak onder slechte omstandigheden, bijvoorbeeld in een vluchtelingenkamp in een naburig land. Het is al voorgekomen dat kinderen tijdens de gezinsherenigingsprocedure zijn overleden. VluchtelingenWerk heeft er bij de overheid op aangedrongen de procedure sterk te bekorten.